De capoeira en de echo's van een Hollands Brazilië

|
Aan het begin van de zeventiende eeuw bracht de fascinatie voor de verhalen die rondgingen omtrent de West Indiën, diverse Europese volken ertoe om stukken van de nieuwe wereld te veroveren. Onder hen Engelsen, Fransen en Hollanders. De Hollanders hielden het echter het langst vol. Zij verbleven in het noordoosten van Brazilië van 1630 tot 1654, en hielden zich voornamelijk bezig met de productie van en de handel in rietsuiker. In 1624 bezetten zij nog voor enige maanden Salvador, de hoofdstad van de staat Bahia (zuidelijk van Alagoas).
West-Indië (het gedeelte van de Nieuwe Wereld wat tegenwoordig Zuid- en Midden-Amerika is), kreeg die naam omdat na India, waar men linnenweefsels, kruiden en andere delicatessen haalde die de Europeanen zeer behaagden, men in westelijke richting verhandelbare producten ging zoeken.
Dit was de reden waarom, onder de naam Nieuw Holland, de West-Indische Compagnie (WIC) een kolonie stichtte in het noordoosten van Brazilië (kortweg het Noordoosten). Deze kolonie strekte van het huidige Ceará tot en met Alagoas, met korter durende uitbreidingen tot en met Bahia en Paraíba.
De meeste forten lagen echter vooral in het huidige Pernambuco, waar Recife de hoofdstad van is.
Holland schreef hiermee een belangrijke periode uit de koloniale geschiedenis van Brazilië op zijn naam. De meeste relevante periode van die bezetting begint bij de aankomst van Johan Maurits van Nassau, Graaf van het kleine landgoed Siegen in het huidige Duitsland en dertiende zoon van Frederik Hendrik, een volle neef van Willem van Oranje.
|
- Artikel van Mestre Squisito.
Naast zijn excellente en onderscheiden militaire ervaring was Johan Maurits vooral een erudiete man, geïnteresseerd in de wetenschappen en de schilderkunst. Hij bracht in zijn groep naast architecten en wetenschappers ook kunstschilders mee.
Voor zijn missie kreeg Johan Maurits de titel van Gouverneur Maarschalk Kapitein-Generaal van de bezittingen van de Hollanders in Brazilië mee. Hij had de onafhankelijkheid om de relaties met de plaatselijke bevolking te verbreiden en sterker te maken teneinde Nieuw Holland beter te kunnen besturen, en zo grotere winsten naar het moederland te kunnen sturen.
Ten tijde van Johan Maurits ontwikkelde de architect Pieter Post de bouw van Maurits-stad (later Recife genoemd) waarin paleizen, administratieve gebouwen en de eerste brug gebouwd werden. De regio van Recife ontwikkelde zich tot de meest vooruitstrevende van de Hollandse kolonie. Daar werd het bestuur gevestigd waardoor de regio een nog sterker cultureel, artistiek en economisch centrum werd. Johan Maurits zocht in zijn bestuur samenwerking met de Portugezen, aan wie hij zelfs kredieten voor productie aanbood.
Volgens sommige geschiedschrijvers zijn de verbeteringen aangebracht door de Hollanders in het Noordoosten, maar vooral in Recife (naast bovengenoemde ook een dierentuin en sterrenwacht) uitsluitend door de inspanning van graaf Johan Maurits gerealiseerd. Volgens Evaldo Cabral de Mello, geschiedschrijver gespecialiseerd in de Hollandse bezetting, zijn er vandaag de dag nog veel Brazilianen die zich afvragen of Brazilië niet in betere omstandigheden zou zijn geweest, als de Hollanders hun koloniale bestuur in Brazilië hadden kunnen handhaven. De verdedigers van deze stelling beweren dat de Batavieren (een andere naam voor Hollanders in die tijd, red.) de lokale bevolking meer discipline, cultuur en ethiek zouden hebben bijgebracht. Daar staat tegenover dat de meerderheid van de historische studies beweren dat als de Hollanders in het Noordoosten waren gebleven, Brazilië nu niet één land zou zijn geweest, maar verdeeld zou zijn door landsgrenzen, een taalbarrière en andere politieke en culturele verschillen.
De verdedigers van de Hollandse kolonisatie van Brazilië, onder wie de geschiedschrijvers frei Manuel Calado en Fransiscus Varnhagen, kijken naar de verbeteringen die gerealiseerd werden in het Noordoosten, zoals de verstedelijking van Recife, de kredietmogelijkheden, de godsdienstvrijheid, en bovendien nog het brengen van wetenschappers en schilders naar Brazilië. Sommige auteurs beschrijven een vorm van holandofilie, die hen doet dromen hoe Brazilianen tegenwoordig in een monarchie zouden leven, als onderdanen van Koningin Beatrix en burger van de Europese Unie.
Uit diezelfde optimistische visie zijn artistieke producties voortgekomen, zoals theaterstukken waaronder één van de beroemdste geschreven door Chico Buarque (da Holanda) en Rui Guerra met de titel Calabar De lofrede van het verraad.
Met dit theaterstuk, geschreven tijdens de militaire dictatuur in Brazilië (1964 85), brengen de schrijvers een discussie op gang over de politieke weerstand in deze periode, door partij te trekken voor Calabar. (De soldaat Domingos Fernandes Calabar werd opgehangen door de Portugezen, omdat hij de Hollandse kolonisators had geholpen.)
Tussen de regels van het theaterstuk wordt de betekenis van verraad ter discussie gesteld. (Hoog)verraad was een politieke misdaad tijdens de militaire dictatuur, wat als argument werd gebruikt om linkse activisten uit Brazilië te zetten.
In het theaterstuk wordt met de misdaad van Calabar ter discussie gesteld welke rechten je hebt om je eigen kant te kiezen. Het stuk werd in die dagen verboden. Sommige muziekstukken werden ook verboden.
In de muziek van het stuk, dat als meesterstuk van het project wordt beschouwd, vind je ongelofelijk levende verwijzingen naar de Hollandse aanwezigheid. Ana uit Amsterdam is één van de personages van het stuk. Zij verklaart (in het lied Bárbara) haar liefde aan de weduwe van Calabar. Men stond toe dat dit muziekstuk werd opgenomen, mits bepaalde woorden werden weggelaten die de homosexuele relatie van de twee liet blijken.
In een gekoloniseerd land zonder een nationaal bewustzijn, was Calabar van mening dat het voogdijschap van Amsterdam meer geschikt was dan die van Lissabon. Maar de Hollanders verloren. Calabar werd tot voorbeeld gesteld door hem op te hangen en vervolgens in stukken te hakken.
In het theaterstuk zijn positieve aspecten van dat verraad geënsceneerd, aangezien de Hollandse bezetting in de ogen van de plaatselijke bevolking van toen en de poëtisch politieke visie van vandaag veel beter was dan die van de Portugezen.
SPOREN VAN EEN HOLLANDS VERLEDEN
Sceptische onderzoekers stellen ondertussen dat analyse van de voormalige Hollandse koloniën tot de conclusie leidt dat het Bataafse volk niet zon goedaardige bestuurder was als haar voorstanders beweren. De meest realistische visie van deze analyse concludeert bijvoorbeeld dat de Hollanders geen bezit namen van Brazilië met de bedoeling om haar te koloniseren in de zin van zich met familie daar te vestigen en een kopie van het moederland in te richten. Handel was de belangrijkste drijfveer van de Hollanders.
Het was niet de bedoeling van Holland om een sterke tropische beschaving op te bouwen ofwel een gedeelte van zijn cultuur en technologie uit te lenen voor de ontwikkeling van het nieuwe land. De werken die Johan Maurits realiseerde bijvoorbeeld werden tot stand gebracht zonder de steun van het bestuur van de WIC die hij diende. Hij werd dan ook ontslagen, omdat zijn leidinggevenden vonden dat hij teveel geld uitgaf aan bouwwerken in de regio.
In Recife bestaat vandaag nog, op dezelfde plek van de eerste brug van die stad die Maurits beval te bouwen, een brug die zijn naam draagt.
De band met hun geboortegrond bracht de Hollanders ertoe daken op hun gebouwen te maken naar Amsterdams voorbeeld, met schuin opgestapelde dakpannen. Zij wachtten op de sneeuw die nooit kwam. In de loop der jaren werden al die gebouwen vernield. Vandaag zijn er nog zeer weinig sporen van de Hollandse aanwezigheid in het Noordoosten. Eén van de weinige karakteristieke nog bestaande voorbeelden is het stratenplan van de wijk Barrio de São José, in het centrum van Recife, die praktisch hetzelfde is als die de bezetters gebruikten om Maurits-stad te bouwen.
In de Portugese taal zijn nog pennenstreken te vinden van de Hollandse taal uit die tijd. Het woord brote (spreek uit: brôtjie) bijvoorbeeld wat voor een koekje gemaakt van tarwemeel, staat. Het is afkomstig van brood zoals alle Nederlandstaligen reeds wisten.
Ook zijn er achternamen gebleven zoals Vanderlei, Vandick (naam van de reeds overleden vrouw van Mestre Onca Tigre uit Brasilia D.F.) en Bamberg (familienaam van Mestre Angoleiro uit Salvador-BA wiens overgrootmoeder Hollandse was).
De Hollanders werden grote bekendmakers van Brazilië in de wereld.
Nu nog vind je verspreid over musea en bibliotheken van de hele wereld, dieren, planten en mooie landschappen van het Noordoosten, geschilderd door kunstenaars als Frans Post en Albert Eckhout of beschreven door wetenschappers als de arts Willem Piso en de bohémienwetenschapper Georg Marcgrav die allen met dezelfde boot als Johan Maurits op zijn verzoek in Brazilië waren aangekomen.
INVOEGEN AFRIKAANSE VROUW DOOR ALBERT ECKHOUT
Deze kredieten kunnen zonder twijfel aan de periode van de Hollandse bezetting gegeven worden.
HOLLANDSE KOLONISATIE & AFRIKAANSE CULTUUR.
Hoewel Johan Maurits een tolerant beleid voerde bijvoorbeeld t.a.v. andere godsdiensten zoals die van de joden en de (katholieke) Portugezen en ook zelfs zeer goede banden wist te onderhouden met plaatselijke Indianenstammen, had de negerbevolking geen voorkeur voor de Hollanders als kolonisator. Dit kwam vanwege de afwezigheid van vrije dagen op de kalender van de Hollanders.
De negers behoorden liever de Portugezen en de joden toe. Dezen hadden één vrije dag elke week, waarin de slaven voor zichzelf gewassen konden planten, dansen en uitrusten en werken aan groepsspellen; typische dingen van hun Afrikaanse cultuur.
Gezien de liberale mentaliteit van de Hollanders had de geschiedenis heel anders kunnen verlopen als zij de kolonisators van het Noordoosten waren gebleven. Brazilië werd uiteindelijk de laatste Portugese kolonie waar de slavernij werd afgeschaft. Onder Hollands beheer was dat mogelijk veel eerder gebeurt. Het was echter de slavernij die als voorwaarde diende voor het ontstaan van capoeira. Juist de toestand van gevangenschap, binnen de verdere specifieke omstandigheden in Brazilië, leidde tot het ontstaan van deze verzetsvorm.
Zo zegt capoeira-meester Suassuna in één van de liedjes die hij schreef: Ik dank de slavernij, wie dat wil mag me dom vinden, zonder de slavernij was er geen capoeira! (agradeço a escravidão, quem quiser que ache asneira, se não fosse o escravo não havia a capoeira!)
Zo moeten we ons berusten in het feit dat we geen Brazilië hebben rijkelijk vermengd met de politieke, economische en technologische grootsheid van Nederland. In de eerste plaats omdat we geen erfgenamen zijn van het beste van deze wereld, zoals gebeurt is met andere ex-koloniën als Suriname. In de tweede plaats omdat we misschien nooit wederzijds de extremen zullen begrijpen die Brazilianen enerzijds en Nederlanders anderzijds cultureel en politiek gezien op de afstand houden die we tegenwoordig hebben.
Op zijn minst hebben we een gemeenschappelijke taal, gesmeed in het ijzer van slavenboeien die de Hollandse aanvallen overwon en op de oppervlakte van de motor van de Portugese beschaving bleef en de bestemming van ons volk stuurde.
Ik heb het over capoeira, de taal die tegenwoordig op zon absoluut democratische en universele manier jongeren en ouderen, meesters en leraren, burgers die over grenzen stijgen die de geschiedenis niet heeft doen ineenstorten, verbindt.
Capoeira, universeel woord die onze kunstzinnige omhelzingen doet plaatshebben onafhankelijk van kleur, godsdienst, zonder culturele grenzen of onderscheiding.
Capoeira heeft bij zijn volgelingen een reden gecreëerd boven de reden die het materialisme van alle tijden beweegt en tegenwoordig de weg vertegenwoordigd die iedereen wil volgen, verbroedert in de herhaling van dezelfde baan die de wereld draait.
Axé!
In de volgende uitgaven van Agogô zal ik diverse andere aspecten en kwesties van capoeira benaderen voor het Nederlandstalige publiek. We zullen capoeira bekijken vanuit haar hoedanigheid als sport, vanuit hedendaagse sociologische aspecten en die uit het verleden, vanuit muzikale aspecten en de gevolgen van haar muziek-therapie, vanuit didactisch gebruik en toepassingen, krijgskunstige verhandelingen, de relatie tussen capoeira en samba, de cognitieve en andere dimensies van capoeira.
Mestre Squisito.
Mestre Squisito is de capoeiranaam van Reginaldo S. Costa, Braziliaans schrijver, capoeira-meester, socioloog en informaticus, die op uitnodiging van Picapau in 2001 Nederland bezocht en door Nederlandse capoeiristas werd gevraagd om voor het Nederlandse publiek te schrijven.
Vertaling: Nariz.
Meer informatie vind je in het boek Maurits de Braziliaan door Harold S. van der Straaten (ISBN 90-6881-083-9). Het boekwerk Johan Maurits van Nassau Siegen (1604 1679), A humanist prince in Europe and Brazil (ISBN 90-12-0-2772-1) uitgegeven door de Johan Maurits van Nassau Stichting in 1979- heeft veel illustraties van het ten tijde gemaakte documentatiemateriaal.
|
|
|