Mestre Leopoldina: um velho na capoeira, een oude in de capoeira.

    English version

    Het verhaal van Mestre Leopoldina is er een met een goede afloop. Op gepensioneerde leeftijd reisde hij dit jaar twee keer naar Europa om als eregast aanwezig te zijn bij workshops, batizados en voorstellingen in Amsterdam, Parijs, Hamburg, Zuid-frankrijk, Engeland en Finland. Tussentijds reisde hij o.a. met Marrom (RJ) en Paulo Siquera naar Senegal, om daar het capoeira-zaad te planten.
    Het verhaal begint echter minder rooskleurig, in Rio de Janeiro. Leopoldina groeide niet op bij zijn eigen moeder en werd vaak achtergesteld en geslagen. Op zekere leeftijd besloot hij om van huis weg te gaan. Hij sliep toen in treinen en verkocht snoepjes op straat. Hij bedacht rijmpjes om zijn waar te slijten en bood ze ook aan in de trein. Toen hij hoorde van een soort opvanghuis voor kinderen, melde hij zich met een maatje aan. Voor zo lang als hij kon blijven, was dat wat makkelijker.


    In 1952 en 1953, op 19-jarige leeftijd zag Leopoldina voor het eerst capoeira. Hij zag een zekere Quinzinho sprongen maken van links naar rechts, op zijn handen en op zijn voeten. Leopoldina dacht zoiets als: Dat is voor mij. Dat wil ik ook. Om dichter bij de bron te komen moest Leopoldina zijn enige voorbeeld zien te benaderen. Deze Quinzinho was een malandro in de betekenis van: crimineel. Een maand eerder was hij vrijgekomen na 5 jaar gevangenisstraf. Leopoldina begon naar de bars te gaan waar Quinzinho kwam en bood hem dan biertjes aan.


    Een hapering in de toenadering kwam op zon bedronken gelegenheid. Quinzinho griste in een en Leopoldinas hoed roepende: desem bandeira! , Leopoldina vragende om een gevecht. Leopoldina had een reputatie als straatvechter hoog te houden, maar bij elke beweging sprong Quinzinho weg. Uiteindelijk moest Leopoldina het opgeven. Hij was bang maar wist dat hij iets terug moest doen. Hij ging naar de plek waar hij zijn mes verborg. Onderweg kwam hij iemand tegen die hem vroeg wat er aan de hand was. Daardoor zag hij het jongetje aan wie Leopoldinas hoed was afgegeven, alleen in een winkel staan. Leopoldina pakte zijn hoed terug en zag Quinzinho een tijd niet meer.Totdat hij op een dag bij de laatste halte van een bus stond te wachten. De bus stopte en achter elkaar stapten zes van de vrienden, en tenslotte Quinzinho zelf eruit.
    Toen Quinzinho zag dat zijn eigen vrienden blij waren om Leopoldina weer eens te zien, zei hij hem: você é considerado . Leopoldina was geaccepteerd bij de groep, en kon nu zelfs zijn wens om capoeira te leren spelen, kenbaar maken. De eerste dag was Quinzinho al weg toen Leopoldina bij zijn huis in de favela aankwam. Maar vanaf de volgende dag, kwam hij elke dag om zeven uur s morgens bij Quinzinho in de tuin trainen. Quinzinho deed iets voor en zij dan: Doe dat. ; hij gebruikte geen namen voor de bewegingen.

    Na zo n drie,vier maanden konden ze samen spelen en deelde Leopoldina de bekendheid, omdat hij de enige was met wie Quinzinho kon spelen. Op een dag kwamen de twee iemand tegen die ook capoeira kende, deze man heette Juvenil . Hij nodigde Leopoldina uit om wat te komen dollen, vem brincar um poco. Toen de man Leopoldina trof met een meia-lua, trok Quinzinho zijn pistool. Zette het op de man zijn hoofd zeggende:Doe dat niet. Zo zal hij te bang worden om te leren. Quinzinho stierf in een gevecht.(Dat had te maken met een vrouw, waarschijnlijk.). Leopoldina kon nu alleen nog maar in zijn eentje trainen. Hij deed dat op een voetbalveld, in de vroegte,anders dacht iedereen dat ik een gek was. De volgende capoeirista die hij ontmoette heette Artu Emilio. Deze trad op in de Waldemar Santana Academie. Omdat de eigenaar hoorde dat Leopoldina capoeira deed, nodigde deze hem uit. Leopoldina belandde in een andere wereld. Hij vroeg zich zelfs op de eerste oogopslag af, of Artu niet een homo was. Leopoldina droeg de kleding-code van de malandros: o.a. teenslippers aan zijn voeten en een sjaaltje om zijn nek. De Academie was bestemd voor een duurder publiek. Nadat Artu zijn solo had gedaan, wist Leopoldina dat hij een betere speler dan Quinzinho had getroffen. Artu had gehoord dat er ook iemand anders was die speelde en nodigde Leopoldina uit. Leopoldina wekte een goede indruk op Artu, die hem uitnodigde om naar zijn les te komen. De kontakten die hij bij deze groep had, bezorgden hem uiteindelijk een baantje, waarvan hij nu nog een pensioentje heeft. Zo haalde capoeira, Mestre Leopoldina uit de marginaliteit in de samenleving.

    Het verhaal is echter nog niet afgelopen. Zes jaar trainde Leopoldina met Artu. Hij was de tweede man in de groep. Artu spoorde hem toen aan om zijn eigen groep, thuis, te beginnen. Dat werden de Bantus de Angola . Leopoldina leerde toen lezen en hij leerde in deze periode ook over Afrika. Met capoeira deed Leopoldina ook mee met zijn favoriete bloco in de carnavalsoptocht. Elk jaar met een grotere groep spelers en met meer succes. Ondanks zijn bekendheid en elegante kledingwijze , werd hij tegengewerkt door de in 1974 opgerichte capoeira-bond. Deze Associação wilde hem niet erkennen waardoor hij alleen kwam te staan. Bij de eerste batizado van zijn groep in São Paolo, moesten de 18 leerlingen door dezelfde (1) leraar gedoopt worden. De tweede batizado had 30 leerlingen. O.a. Rafaël Flores Viana, eerste uurs lid van de capoeiragroep Senzala hielp hem daarbij. Daarmee werd een langdurende band ontwikkeld, die Mestre Leopoldina al in 89 naar Europa haalde. En nu in 98 weer.
    De aantekeningen voor dit verhaal zijn gehoord en genoteerd bij de zomerworkshop van Samara in Amsterdam en de grote (zomer-)meeting in Hamburg door Paulo Siquera.

    Ganga Zumbi

    Alguem me disse
    Pareco Ganga Zumb
    Foi o rei la dos Palmares
    Outros já me disseram
    Que na outra incarnaçao
    Eu era rico e muito rico

    Eu tinha muitas fazendas
    E grande carnavial
    Que eu era um bom patrão
    So mulher eu tinha nove (2x)
    Com a idade variada
    Mais agora o que eu tenho
    tenho casa pra morar nem sequer
    Nem dinheiro pra gastar
    Que é minha companheira
    Essa grande amisade,
    Dentro do meu coração,camara


    Ganga Zumb

    Iemand zei me
    Ik lijk op Ganga Zumbi
    Ik was de koning van Palmares
    anderen zeiden mij al
    dat ik in een andere incarnatie
    rijk was, erg rijk
    ik had vele landgoederen
    want ik was een goede heer
    vrouwen had ik al negen (2x)
    van verschillende leeftijden
    Maar wat ik nu heb
    nog niet eens een huis om te wonen
    en ook geen geld om uit te geven
    Maar ik heb het goddelijke geluk
    wat mijn gezelschap is
    En van deze grote vriendschap
    In mijn hart, kameraad.


    Dit lied werd door Mestre Leopoldina gemaakt en voor publicatie gegeven aan Agogô


    Nariz